Author Archives: walterd

Oppotten

“Waarom publiceren jullie toch die geldreserves uit diverse onderwijssectoren? Dat schaadt het onderwijs en zijn we nu niet gebaat bij positieve geluiden zeker na het vernietigende rapport van Dijsselbloem?” Deze vragen zijn de afgelopen weken weer vaak gesteld. Een razende PO-raad verwijt de AOb zelfs ‘scorebordjournalistiek.’ Laat ik het illustreren aan de hand van een e-mail van en later een telefoongesprek met een docente uit Oirschot. Zij vertelde dat het bestuur van haar school arm is, er geen cent voor een invaller is, een klassenassistente te duur en geen geld voor paaseitjes dit jaar. Uit de cijfers die het ministerie op 15 februari naar de AOb stuurde, blijkt dat de betreffende school vijf miljoen op de bank heeft. In 2006 bleef er op de lopende begroting drie ton over! Geen geld voor paaseitjes? Precies daar is het ons om te doen: onderwijspersoneel en medezeggenschapsraden informeren over de geldstromen op hun school. Zodat zij kritische vragen kunnen stellen over de jaarrekening. Sinds de deregulering heeft namelijk niemand meer echt zicht op wat er met het geld in het onderwijs gebeurt. Tien jaar geleden kwamen er bij de overgang naar autonome scholen voor voortgezet onderwijs wilde verhalen in de krant, dat er dan wel scholen failliet zouden gaan. Tien jaar later zien we het tegendeel: er blijft in alle onderwijssectoren geld op de plank liggen. Jaar in jaar uit groeien de vermogens van de scholen en die bedragen met ruim 9 miljard euro bijna een derde van de jaarlijkse subsidiestroom naar het onderwijs. Het gaat over publiek geld, waar sinds de deregulering iedere controle op ontbreekt. Het gaat over geld voor onderwijs, terwijl het personeel te horen krijgt dat er geen cent meer uitgegeven kan worden.

21 February 2008
By on 13:42
Dijsselbloem

Een uitstekend rapport van de commissie onder leiding van Jeroen Dijsselbloem werd gisteren wereldkundig gemaakt. Wederom erkenning voor het onderwijspersoneel dat de laatste jaren de één naar de andere onderwijsvernieuwing door de strot geduwd kreeg: door de overheid dan wel door de leiding. Dijsselbloem verwoordde het als volgt: “Het is aan de inzet van onderwijsmensen te danken dat er nog zoveel is goed gegaan”. Complimenten dus voor ons. Maar wat kopen we daar voor als we dadelijk opnieuw onze positie aan de cao-tafel moeten bevechten. Het is goed dat de overheid zich met de ‘wat’ vragen bezighoudt en wij met de ‘hoe’ vragen. Maar tegelijkertijd kun je sommige dingen niet overlaten aan de goodwill van schoolbestuurders. In de dagelijkse praktijk, in overleggen, in voortgangsgesprekken, trekt de gewone docent aan het kortste eind. Onze helpdesk heeft voorbeelden te over. Daarom pleitten wij voor een verankerd Professioneel Statuut, een beschrijving van rechten en plichten van de docent ten aanzien van zijn eigen autonomie.

Dijsselbloem zegt: leer van de fouten. Antwoord: Professioneel Statuut

14 February 2008
By on 13:51
Goed bestuur

Vandaag is er een belangrijk debat in de Tweede Kamer met als titel Governance: over goed bestuur en hoe je dat vorm geeft. Gezien het belang dat de minister hecht aan de centrale positie van de leraar lijkt het mij logisch dat de rol van onderwijspersoneel hierin een bijzondere plek krijgt. Maar tussen woord en daad gaapt hier een kloof. De minister wil nog meer op afstand staan en nog meer overdragen aan het management, zonder eerst de positie van de leraar als drager van de kwaliteit van het onderwijs te borgen. Dat is de verkeerde weg. Zo wordt het onderwijs nooit een aantrekkelijke branche voor hoger opgeleiden om in te werken. De AOb vindt dat leraren zelf eigenaar zijn over het onderwijsproces en dat moet geborgd worden door een professioneel statuut. Maar de minister heeft het in de brief naar de Kamer alleen over directeuren die college van bestuur mogen worden, raden van toezicht die interne controle moeten uit oefenen, de inspectie die strenger moet controleren.

Bovendien is het moment om het debat te voeren hoogst ongelukkig. Volgende week worden de resultaten van het rapport van de commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen gepresenteerd. Dat rapport zal zeker ingaan op de wijze waarop deregulering en autonomievergroting de afgelopen jaren gestalte heeft gekregen. Ik vind dat een discussie over goed besturen niet kan zonder de resultaten van dit rapport. Laten we nu eerst de plannen rond het leraarschap uit voeren. De werknemers zijn de dragers van de kwaliteit, van goed onderwijs. De bestuurlijke arrangementen en de inspectie hebben het doel die positie mogelijk te maken, te stimuleren en te faciliteren.

6 February 2008
By on 11:40
Is de leraar in beeld?

We hebben de komende weken weer volop overleg op het ministerie. Zelf reis ik iedere week af om in een kort overleg de standpunten van de AOb te verduidelijken. Andere AOb-medewerkers lichten in Den Haag aan de hand van ons zevenpuntenmanifest toe hoe we kunnen komen tot een succesvol actieplan. Deze week is er voor eerst overleg met alle voorzitters van werkgevers (de verschillende raden). Maar ja, dan kan die niet, de ander heeft het druk……. Het zal wel over de leraar gaan, is niet belangrijk. Ik word er niet cynisch van maar kunnen we alsjeblieft nú zaken doen.

  • Koppeling tussen opleidingsniveau en salarisniveau die niet afhankelijk is van beoordeling van werkgevers;
  • De gevolgen van ingezette decentralisatie of een duidelijke keuze voor een nieuwe regierol;
  • Sneller invoeren van de inhaalslag in de salarissen, 2020 is veel te ver, het lerarentekort is nabij;
  • Echt nieuw beleid met verbeteringen zonder dat er verslechteringen;
  • Betere zeggenschap voor onderwijspersoneel (leraar centraal);
  • Leraren meer greep geven op onderwijskundige processen
5 February 2008
By on 15:17
Buitenhof

Onlangs schoof minister Ronald Plasterk aan bij het opinie- en debatprogramma Buitenhof. Dat was jarenlang zijn zondagse speelkwartiertje. Als tv-columnist mocht de wetenschapper vanaf de zijlijn vrijuit zijn pijlen afvuren op actuele issues. De ene keer op snedige en confronterende toon dan weer vol humor en origineel. Dat deed hij –zover ik de uitzendingen bekeek-  met verve en met zichtbaar plezier.

Maar ditmaal was zijn optreden niet zo vlekkeloos. De minister babbelde wel leuk, maar hij miste diepgang: hij wil de leraar centraal stellen, maar kondigt geen maatregelen aan, hij beweert dat het geld dat hij heeft additioneel is, maar geeft geen argumenten om dit te staven. Kortom, een brij van de goede bedoelingen. En de werknemers in het onderwijs prikken zo door deze goede bedoelingen. De werkelijkheid is weerbarstiger, sterker nog, onderwijspersoneel heeft zijn buik vol van goede bedoelingen.

Echte diepgang ontbrak en dat is jammer nu onderwijs meer dan ooit in de publieke belangstelling staat. Zet twee mensen uit het onderwijsveld aan de Buitenhoftafel en het wordt snel duidelijk dat de maatregelen bedacht op macroniveau in de praktijk -op schoolniveau dus- veelal anders uitpakken.

De interviewer vond het ook wel weer eens leuk dat Ronald langs kwam en zo kabbelde het onderonsje vriendelijk verder.

Er was zelfs afgesproken dat aan het eind van het interview een nieuwtje zou volgen. Nu dacht ik, en vele kijkers ongetwijfeld met mij,  ‘komt er extra geld voor onderwijs, is er een briljante oplossing voor het lerarentekort, gaat de Haagse stolp luisteren naar de bezwaren van de 1040 urennorm?’ Helaas! Niets van dat alles. Het Nationaal Historisch museum heeft een voorzitter en hij heet Atzo Nicolaï. “Partijgenoot!?” merkt de niet-uitgeslapen vragensteller op. Plasterk kopt de voorzet lachend trefzeker in. “Ja, partijgenoot van Mark Rutte, en heb je het over geschiedenis, dan heb je het over de VVD.”

Even zag ik daar weer de columnist Plasterk en dat was boeiender dan het gehele gestuntel daarvoor.

4 February 2008
By on 08:31
Kiezen

In een serie over werkende mensen van boven de negentig jaar in weekblad Elsevier, vertelt een oud Raad van State-lid, over de economische situatie in Nederland tussen de twee wereldoorlogen. “Er was niet veel, je had niet veel en je kon niet veel. Maar of de mens heden ten dage gelukkiger is met zoveel keus?”

Nu is het welzijnniveau in Nederland ontegenzeggelijk verbeterd in de laatste 100 jaar, maar toch heeft de nog actieve jurist een goed punt. Er is een overvloed aan keus. En als het er niet is, dan creëren we het wel. Zo was er de flauwekul  van de verkiezingen van de beste politici van het jaar. In 2007 mochten we van vijf verschillende edities genieten. Kiest u maar raak. En dan onlangs het beste tv-moment van jaar. Een vakjury (!) en sms-end Nederland kozen in een groots tv-gala vol met BN-ers voor de façade rondom de Grote Donor Show en een fulminerende Hans Teeuwen. We kiezen we uit Idols, de Next Topmodel, de Gouden Kooi, Expeditie Robinson. We krijgen er geen genoeg van.

Ook op de arbeidsmarkt valt er voor de werknemer steeds meer te kiezen. Maar voor de werknemer minder. Terwijl men zich in de achterhoede van de arbeidsverhoudingen het hoofd breekt hoe je mensen netjes en zonder nodeloze rompslomp buiten de poort kunt krijgen, is men in de voorhoede bezig met de vraag hoe je mensen krijgt en binnen houdt. Niet alleen in het onderwijs, maar eigenlijk in alle sectoren. Er is steeds meer keus. De eerste scholen die mensen lokken met flexibelere werktijden en laptop bestaan al. Met de uitreding van duizenden leerkrachten voor de boeg zal de leerkracht straks nog meer keus krijgen. In de zoektocht naar nieuw personeel en de strijd om bestaand personeel te behouden, geven organisaties steeds meer aandacht aan de secundaire arbeidsvoorwaarden.

Maar wat wil de Nederlandse werknemer dan? Die nieuwe iPhone of toch een riante bonus?

Uit de Salary en Benefits Guide 2007-2008 komt een opmerkelijk resultaat. De meest gewaardeerde secundaire arbeidsvoorwaarde is de reisvergoeding. Nederlanders hechten hier gemiddeld meer belang aan, 56 procent, dan het Europese gemiddelde (42 procent).

Andere trends zijn flexwerken, kinderopvang en zorgverzekering. Het lijkt erop dat de hiermee meer aandacht is voor de balans van werk en privé.

Helaas zegt het onderzoek niets over de onderwijssector als zodanig. Maar we weten allemaal waar onderwijspersoneel behoefte aan heeft: zeggenschap over het werk, autonomie, minder werkdruk en een beter salaris. De komende weken organiseren we

12 bijeenkomsten voor onze leden in het land. Ook daar kunnen zij kiezen, wat accepteren we uit het Actieplan leerkracht van Nederland en wat niet.

Dat werknemers de behoefte aan een betere balans tussen werk en privé verkiezen boven een extra bonus, verrast me geenszins. Een goed evenwicht tussen het werkzame leven en privédomein, daar hebben we echt wat aan.

Dat zal de krasse senior uit de Elsevier vast met me eens zijn.

29 January 2008
By on 07:41
Petitie

Steeds meer scholen scharen zich achter het initiatief van het LAKS en de vergetenfeiten actiegroep om de nutteloze uren af te schaffen. Dat is logisch ook, want het onderwijspersoneel wil geen leerlingen ophokken zonder dat daar iets zinnigs geleerd wordt. Leraren willen goed onderwijs geven en zich laten leiden door kwaliteit, niet door een norm die ver af ligt van de praktijk en de uitkomst is van een deal in Den Haag. Om politiek en werkgevers nog eens duidelijk te maken dat personeel en leerlingen een stem willen hebben, vraagt de AOb aan alle werknemers de petitie op onze website te tekenen: http://www.aob.nl/actie/

28 January 2008
By on 15:17
Here we go again..

Tijdens de hoorzittingen van de parlementaire onderzoekcommissie naar onderwijsvernieuwingen werd meerdere malen door verschillende sprekers benadrukt dat diverse onderwijsvernieuwingen te vaak van bovenaf aan de scholen en leraren zijn opgelegd. Met alle ellende van dien. Nu komt het kabinet met de maatschappelijke stage die zij verplicht wil invoeren. De leraar zal verantwoordelijk worden voor de begeleiding. Het plan van aanpak zegt alleen niets over het belang van draagvlak bij leraren voor de maatschappelijke stage. Zonder een breed draagvlak bij leraren die nauw betrokken worden bij de invoering van de maatschappelijke stage, en vervolgens genoeg tijd en ruimte krijgen voor het begeleiden van de leerlingen, is het ambitieuze plan van het kabinet gedoemd te mislukken. Dan zal de maatschappelijke stage in de rij van mislukte onderwijsvernieuwingen aansluiten.

Daarom heb ik in een brief aan de Kamer gewezen op de volgende punten:

1.    De maatschappelijke stage betekent een extra taak voor het onderwijspersoneel; het begeleiden van leerlingen voor, tijdens en na de stage. De staatssecretaris schrijft in het plan van aanpak dat het aan de school is om de begeleiding goed te regelen. De begeleiding van de leerlingen is alleen mogelijk als dit vooraf in de formatie van de school wordt opgenomen. De werkdruk van leraren is op dit moment hoog, met een oplopend tekort aan leraren, een toename van contacturen en een flink aantal overige taken, dat een goede begeleiding alleen door komst van extra onderwijspersoneel mogelijk is. De AOb vraagt de kamer de extra formatie als voorwaarde te stellen voor invoering van de wettelijk verplichte stage.

2.    Het invoeringsplan van de maatschappelijke stage moet op iedere school met de professionals, de leraren zelf, worden ontwikkeld. Het is van groot belang dat de leraren vanaf het eerste moment betrokken zijn bij de invoering. De MR zal ook officieel instemming moeten verlenen aan het invoeringsplan van de maatschappelijke stage.

3.    Er is een groot tekort aan beroepsgeoriënteerde stageplaatsen in het vmbo en mbo. Het kabinet wil dat in 2011 iedere leerling van het voortgezet onderwijs een maatschappelijke stage van 72 uur volgt. Gezien het enorme tekort aan beroepsgeoriënteerde stageplaatsen vraagt de AOb zich af of de voornemens tot voldoende maatschappelijke stageplaatsen in de realiteit wel haalbaar zijn. Wellicht kunnen leerlingen die op beroepstage gaan vrijgesteld worden van de maatschappelijke stage. Vervolgens mag de vraag naar maatschappelijk georiënteerde stageplaatsen niet de vraag naar beroepsgeoriënteerde stageplekken verdringen.

22 January 2008
By on 10:38
Geld erbij voor de leraar is een recht, geen gunst

Mijn ingezonden brief in Trouw (17 december)

De plannen om het lerarenvak aantrekkelijker te maken, bestaan vooral uit gegoochel met cijfers De positie van de leraar moet sterker worden, de kwaliteit van de het onderwijs omhoog. Zo luidde het – voortreffelijke – advies van de commissie Rinnooy Kan. Hij stelde ook voor om het vak weer aantrekkelijk te maken door hoger opgeleide docenten extra te belonen. De econoom Rinnooy Kan weet heel goed dat je mensen moet prikkelen en dat je ze niet motiveert via de omweg van de instituties, zoals schoolbesturen,

Daarom is het zo jammer dat in het ’Actieplan Leraren’ van minister Plasterk van onderwijs deze adviezen niet of nauwelijks terug zijn te vinden. Bovendien rammelt de financiering. Reden voor mijn vakbond AOb om én te onderhandelen met de minister over een betere invulling van zijn plan én tegelijkertijd acties te voeren.

Verbijsterend wordt het dan dat Sjoerd Slagter, de voorzitter van de werkgeversorganisatie in het voortgezet onderwijs, in Trouw (14 december) een blik verwijten opentrekt richting de vakbond, alsof de bond niet begrepen heeft dat de voorstellen van Plasterk voortreffelijk zijn.

Slagter verwijt ons dat wij de 1,1 miljard euro die minister Plasterk toezegt een ’fooi’ noemen. Dat is onjuist. De AOb heeft wel de vraag opgeworpen hoe de 1,1 miljard tot stand zijn gekomen, omdat minister Bos van financiën stellig beweert dat er géén extra geld komt voor het oplossen van het lerarentekort, en zijn collega Plasterk zegt dat het geld wel degelijk grotendeels ’extra’ is.

Er is alle reden om kritisch te kijken naar de toegezegde 1,1 miljard. Een flink deel komt vrij door te bezuinigen op de ouderenregeling in het onderwijs. Er wordt gekort op het Vervangingsfonds (waardoor in het basisonderwijs tegen de 400 banen verdwijnen), studenten gaan een hoger collegegeld betalen. Als een konijn uit de hoge hoed kwamen de miljoenen vrij voor de incidentele loonstijging. Waarom nu opeens? Er wordt balletje-balletje gespeeld met begrotingsposten, wat leraren het gevoel geeft dat de minister met de ene hand geeft en met de andere neemt.

Voor het onderwijs is structureel extra geld nodig. Andere rijke landen geven gemiddeld 6 procent van hun bruto binnenlands product uit aan onderwijs. Nederland haalt die financiële fatsoensnorm niet, ook niet na de investeringen van minister Plasterk. In de Kamer zei hij dat we van 5,1 naar 5,3 procent gaan. Ja, wel als we morgen 1,1 miljard voor het onderwijs uittrekken. Maar er komt volgend jaar maar 150 miljoen vrij. De onderwijsuitgaven zullen bovendien maar marginaal stijgen ten opzichte van de welvaart. Pas in 2020 staat het volle bedrag op de begroting.

Nog los van het geld, is de vraag hoe de positie van de leraar sterker wordt. Werkgever Sjoerd Slagter beweert dat het geen zin heeft om voor de hoogte van de salarissen alleen te kijken naar het opleidingsniveau van een leraar. Dit geeft aan dat hij het rapport-Rinnooy Kan niet kent, want dit staat er niet in; wél de aanbeveling om aan het opleidingsniveau meer gewicht toe te kennen dan nu het geval is.

Werkgeversvoorzitter Slagter beweert dat we het verleden niet moeten idealiseren’, al liepen er toen ’ongetwijfeld meer academici rond dan tegenwoordig’. Met het woord ’rondlopen’ geeft hij aan hoe de wereld eigenlijk in elkaar zit: er zijn belangrijke mensen in de school – de managers – die precies weten wat goed lesgeven is en wat de leerlingen nodig hebben, en daarnaast nog wat loslopende figuren, die je desnoods kunt vervangen door onbevoegden of uitzendkrachten.

De hypocrisie bereikt een hoogtepunt, wanneer Slagter stelt dat hij er wel degelijk voor is dat opleiding beter beloond wordt, zij het niet als recht maar als gunst van de schoolleiding, en alleen als Plasterk betaalt. Interessant is die koppeling aan het extra geld. Scholen krijgen vandaag de dag dezelfde bekostiging als toen er meer academici waren, en de beloning nog landelijk geregeld werd. De scholen zouden een betere beloning voor een deel allang zelf kunnen betalen. Met name het voortgezet onderwijs houdt jaar in jaar uit geld over.

Het is volkomen begrijpelijk dat leraren zekerheid willen dat alle mooie gedachten over de aantrekkelijkheid van het beroep ook echt terug te vinden zijn in hun beloning.

Een loonsverhoging van 10 procent is een recht, geen gunst.

20 December 2007
By on 08:46
Antwoord van de minister

Op de Open Brief van ons aan de minister is een snel antwoord gekomen. Hieronder kunt het antwoord van Ronald Plasterk lezen

Download Reactie_open_brief_AOb.pdf .

15 December 2007
By on 09:56